Blog

AI-geletterdheid na de Digital Omnibus: van drempel naar aantoonbare maatregelen

Sinds 27 juli 2026 wijzigt Regulation (EU) 2026/1744 artikel 4 AI Act. AI-geletterdheid blijft een organisatiebrede plicht, maar als aantoonbare inspanning.

· Victor Angelier

Sinds 27 juli 2026 is Regulation (EU) 2026/1744, de zogeheten Digital Omnibus on AI, in werking. De verordening wijzigt onder meer artikel 4 van de AI Act, het artikel dat gaat over AI-geletterdheid. Volgens de analyse van Licentium verschuift de tekst van een uitkomstnorm — zorg voor een voldoende niveau van AI-geletterdheid — naar een inspanningsnorm: neem maatregelen ter ondersteuning van de ontwikkeling ervan. Dat klinkt als een verzachting, maar de verplichting zelf blijft overeind. Voor organisaties die met AI werken, verandert vooral wat zij moeten kunnen aantonen.

Deze verschuiving is relevant omdat de plicht al langer geldt. De officiële AI Literacy Q&A van de Europese Commissie bevestigt dat artikel 4 sinds 2 februari 2025 van toepassing is, dat de tekst na de Omnibus is aangepast en dat toezicht en handhaving vanaf 3 augustus 2026 starten. De Commissie is er duidelijk over: er bestaat geen one-size-fits-all, en louter verwijzen naar een gebruikershandleiding volstaat niet.

Van een abstracte drempel naar concrete maatregelen

De praktijkanalyse van Casys vat de kern helder samen: waar de oude tekst een resultaat vroeg — een voldoende niveau — vraagt de nieuwe tekst om maatregelen. Dat betekent dat organisaties niet langer een meetbare geletterdheidsdrempel hoeven te halen, maar wel aantoonbaar moeten laten zien welke trainings- en bewustwordingsmaatregelen zij hebben ingericht.

De analyse van PAICE bevestigt na inwerkingtreding dat de plicht alle aanbieders en gebruikers van AI-systemen treft en dat het gaat om een documenteerbare inspanningsverplichting. De maatregelen moeten passen bij de systemen, de rollen en de risico's: afgestemd op kennis, ervaring, trainingsniveau, gebruikscontext en de personen op wie de systemen worden toegepast.

In de praktijk betekent dit dat een algemene bewustwordingscampagne onvoldoende is. Wie een AI-systeem mag configureren, wie output in een dossier mag opnemen en wie bij een hoog-risicosysteem mag ingrijpen, hebben verschillende leerdoelen. Die differentiatie per rol en usecase is precies wat de nieuwe tekst zichtbaar maakt.

Waarom toezichthouders AI-geletterdheid als governance-laag zien

Dat de plicht niet vrijblijvend is, blijkt ook uit de gezamenlijke opinie van EDPB en EDPS. In hun Joint Opinion 1/2026 over het Omnibus-voorstel waarschuwden de Europese privacytoezichthouders expliciet tegen het schrappen of afzwakken van de AI-geletterdheidsplicht. Zij zien geletterde medewerkers en toezichthouders als voorwaarde om de voordelen en risico's van AI goed te kunnen wegen — een accountability-instrument, geen losse training.

Casys en PAICE leggen daarnaast de verbinding met human oversight onder artikel 14 en Annex III. Wie toezicht moet houden op een hoog-risicosysteem, heeft daarvoor de nodige competenties nodig: risico's begrijpen, bias herkennen, confidence-signalen kunnen interpreteren en automatiseringsbias vermijden. AI-geletterdheid is in die lezing een voorwaarde voor zinvol toezicht, niet een aparte activiteit ernaast.

AI-geletterdheid verifieerbaar maken in hoog-trust workflows

Voor organisaties die met gevoelige of hoog-trust informatie werken, vertaalt dit zich in een concreet ontwerp. Per functieprofiel vastleggen welke AI-competenties nodig zijn: basisbegrip, risicobewustzijn, bias-herkenning, interpretatie van confidence, logging en oversight. Per workflow bepalen welke training of oefening verplicht is vóór inzet van AI. En bij een audit kunnen aantonen dat die maatregelen daadwerkelijk zijn genomen.

Dat aantoonbaar maken is de moeilijkste stap. Niet omdat trainingen ontbreken, maar omdat de koppeling tussen persoon, rol, AI-systeem en competentie zelden zichtbaar is op het niveau van de individuele workflow. Hier kan een verificatielaag zoals IamVera.ai ondersteunen. Vera is geen chatbot en geen eigen taalmodel; het is een verificatielaag voor professionals die met vertrouwelijke informatie werken. Vera kan een taak door geselecteerde onafhankelijke AI-modellen routeren en verificatiestappen, correcties, onderlinge verschillen en bronnen zichtbaar maken voor inspectie. Dat ondersteunt review en controle, maar garandeert geen correctheid.

In het kader van artikel 4 is vooral de zichtbaarheid rond een workflow relevant: per hoog-trust workflow kan worden getoond wie met het AI-systeem werkt, welke AI-geletterdheidsmaatregelen bij die rol horen en hoe dat is vastgelegd richting interne audit, toezichthouders en cliënten. Vera verzorgt de training niet zelf, maar kan helpen de organisatorische maatregelen te documenteren en controleerbaar te houden. Wie meer wil weten over die controle-architectuur, vindt uitleg over de verificatiestappen en de privacyvoorbewerking.

Die voorbewerking en anonimisering vinden plaats op EU-infrastructuur en zijn ontworpen om alleen geanonimiseerde inhoud naar de geselecteerde AI-modellen te sturen; bij een mislukte privacycontrole wordt niets doorgestuurd. Dat is een architectuurkeuze, geen juridische garantie van volledige AVG-compliance.

Wat organisaties nu kunnen doen

De boodschap van de bronnen is consistent: de Digital Omnibus ontslaat organisaties niet van verantwoordelijkheid, maar verschuift het accent naar aantoonbare, rol- en risicogebonden maatregelen. Concreet betekent dat: leerdoelen per rol definiëren, ze koppelen aan human-oversight-taken en per workflow vastleggen welke voorbereiding vereist is. Het professionele eindoordeel blijft daarbij altijd bij de mens die met het systeem werkt — juist daarom moet die mens de taal, de beperkingen en de risico's van AI begrijpen. AI-geletterdheid is anno 2026 geen bewustwordingscampagne meer, maar een verankerd programma dat organisaties in staat stelt hoog-trust AI-workflows verantwoord te ontwerpen en te tonen.

← Alle artikelen