Op 27 maart 2026 publiceerde de Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) een technische gids over het gebruik van AI-tools en -modellen door advocaten. Die gids bouwt voort op de eerdere CCBE-gids over generatieve AI van 2 oktober 2025 en maakt een verschuiving expliciet die al langer zichtbaar was: veilig AI-gebruik in de juridische praktijk gaat naar onze analyse minder over het slim formuleren van prompts, en meer over de vraag of een kantoor kan aantonen hoe het met vertrouwelijke gegevens omgaat wanneer AI in beeld komt.
Voor advocaten en notarissen is dat geen theoretisch punt. Het beroepsgeheim, de professionele competentie, de onafhankelijkheid en de transparantie richting cliënten zijn kernverplichtingen die niet buiten werking treden zodra een AI-tool wordt geopend. De recente richtsnoeren besteden expliciet aandacht aan datastromen, contracten en verificatie.
Wat de CCBE-gidsen beschrijven
De CCBE-gids van oktober 2025 beschrijft dat generatieve AI het beroepsgeheim raakt. De CCBE raadt advocaten af persoonlijke, vertrouwelijke of cliëntgerelateerde gegevens in een generatieve AI-interface in te voeren, tenzij passende technische en organisatorische waarborgen aanwezig zijn. De gids koppelt dat aan de genoemde kernverplichtingen: vertrouwelijkheid, competentie, onafhankelijkheid en transparantie.
De technische gids van maart 2026 bespreekt vervolgens hoe je een tool kunt beoordelen voordat je die op dossierwerk inzet. Kernpunten daaruit:
- Analyse van datastromen: wat gebeurt er met input, opslag en eventuele training?
- Beoordeling van contracten en beveiligingsmaatregelen van de aanbieder.
- Voorkeur voor een vertrouwelijkheidsveilige inzet, bijvoorbeeld enterprise- of in-house-oplossingen.
- Inrichting van verificatieprocessen waarin AI-output niet ongecontroleerd het dossier in gaat.
De onderliggende les is naar onze inschatting dat AI-gebruik vooral een kwestie is van configuratie, datastromen en contracten, niet alleen van toolkeuze. De CCBE-gids uit 2025 en de technische gids uit 2026 onderstrepen dat AI-output waar nodig moet worden geverifieerd voordat die in het juridische werk wordt gebruikt.
Internationaal lopen de richtsnoeren gelijk op
Een vergelijkbare lijn is buiten Europa terug te vinden. De Singaporese Guide for Using Generative AI in the Legal Sector (Ministry of Law, maart 2026) raadt juristen aan om vertrouwelijke informatie te classificeren, alleen tools met passende security en dataprotectie te gebruiken, en de privacy- en trainingsclausules van providers zorgvuldig te beoordelen. Volgens de gids horen cliëntnamen, casusdetails en andere gevoelige gegevens niet thuis in publieke platforms; bij enterprise-tools zouden dataretentie en modeltraining contractueel en technisch onder controle moeten staan.
De Advisory on the Use of Publicly Available AI Tools van de Law Society of Singapore (april 2026) gaat verder in op publieke tools. Die kunnen bevoorrechte, eigendoms- en vertrouwelijke gegevens blootstellen. De advisory ontraadt het uploaden van dergelijke gegevens, vraagt om anonimisering en redactie, adviseert leden de privacy- en trainingsinstellingen te controleren en waar mogelijk opt-out te gebruiken, en onderstreept dat de cybersecurity-maatregelen van de aanbieder aan relevante dataprotectiestandaarden zouden moeten voldoen.
Het overzichtsartikel Legal Profession Regulation in Europe: AML, AI and Bar Rules 2026 van Obsidian Regulatory Insights schetst een tendens waarin sommige Europese balies de CCBE-richtsnoeren als referentie nemen. Naar onze lezing van deze bronnen tekent zich een gemeenschappelijk beeld af: AI-gebruik wordt gekoppeld aan bestaande compliance-structuren, cliënten worden waar relevant geïnformeerd bij AI-gebruik en AI-output wordt inhoudelijk geverifieerd. Wij presenteren dit als onze interpretatie van meerdere bronnen, niet als een vaststaande pan-Europese regel.
Van richtsnoer naar dagelijkse werkstroom
Wat betekent dit naar onze inschatting concreet op dossierniveau? Uit de bronnen komen enkele terugkerende principes naar voren:
- Bepaal welke datacategorieën beter niet ongewijzigd in een prompt komen — en zorg dat gevoelige gegevens vooraf worden geanonimiseerd of geredigeerd.
- Ken van elke gebruikte tool de contractuele afspraken over opslag, retentie en modeltraining, en verifieer die actief.
- Behandel AI-output als concept: geen advies of akte zonder inhoudelijke, menselijke controle door de verantwoordelijke jurist.
- Leg vast welke tools zijn ingezet, welke gegevens zijn verwerkt en wie de output heeft geverifieerd.
Dat laatste punt — aantoonbaarheid — is waar de richtsnoeren naar onze analyse de meeste nadruk op leggen. De richtsnoeren wijzen op beleid, toegangsbeheer, logging, outputverificatie en audittrails als nuttige onderdelen van controleerbare uitvoering.
Waar een verificatieconsole kan ondersteunen
Precies op dat punt van controleerbare uitvoering ligt naar onze inschatting de rol van een privacy-gerichte verificatieconsole zoals Vera. De invalshoek is nadrukkelijk uitvoering en zichtbaarheid, niet magie. Vera is geen chatbot en geen eigen taalmodel, maar een verificatielaag rond het werken met AI. Vera ondersteunt review en controle en garandeert geen waarheid, correctheid of compliance; het professionele eindoordeel blijft bij de jurist.
De Semantic Privacy Shield is ontworpen om documenten op EU-infrastructuur te anonimiseren voordat inhoud aan de geselecteerde AI-modellen wordt aangeboden; als de privacycontrole faalt, wordt niets doorgestuurd. Dat sluit naar onze analyse aan bij de aandacht in de Singaporese advisory en de CCBE-gidsen voor het niet zomaar invoeren van ruwe cliëntdata in een AI-interface. Via de Privacy Shield en Vera Office kunnen documenten bovendien binnen dezelfde beveiligde omgeving worden bekeken en bewerkt, waarbij de gebruiker de controle houdt.
Multi-model verificatie maakt de controlestappen zichtbaar in plaats van dat één antwoord als eindwaarheid wordt gepresenteerd. Belangrijk daarbij: dit garandeert geen correctheid en elimineert geen fouten. Het maakt controle mogelijk en geeft meer zicht op wat er is gebeurd, zodat het professionele eindoordeel bij de jurist blijft. Met een audittrail via de evidence-functie kan een kantoor achteraf helpen om inzicht te geven in welke gegevens zijn verwerkt en hoe output is geverifieerd, wat naar onze inschatting aansluit bij de nadruk in de richtsnoeren op controleerbaarheid.
De rode draad in alle genoemde documenten is naar onze analyse nuchter: AI kan het juridische werk ondersteunen, maar naar onze inschatting vooral binnen een expliciet ontworpen en controleerbare vertrouwelijkheids- en verificatie-aanpak. Voor advocaten en notarissen is dat inmiddels minder een innovatievraag dan een onderwerp van beroepsverantwoordelijkheid.