Nee. De AI Omnibus trad op 27 juli 2026 in werking en schrapte alleen het voorgeschreven minimumniveau voor AI-geletterdheid uit artikel 4; de verplichting zelf blijft en de transparantieregels van artikel 50 gelden onverkort vanaf 2 augustus 2026, met beperkte overgang tot december 2026.
Volgens de Europese Commissie op de pagina AI Omnibus enters into force is de Omnibus onderdeel van het digitale omnibuspakket dat op 19 november 2025 werd voorgesteld. De praktische consequentie voor organisaties die met AI werken: het accent verschuift van een mogelijk meetbare competentiedrempel naar maatregelen die u per context en risico intern moet kunnen onderbouwen, terwijl u AI-interactie en bepaalde AI-content vanaf de toepasselijke datum herkenbaar maakt. Dit artikel gebruikt uitsluitend de officiële Commissiebronnen; het verschil tussen de begrippen is onze redactionele duiding.
Wat wijzigde de AI Omnibus precies aan artikel 4 over AI-geletterdheid?
Artikel 4 van de AI Act werd oorspronkelijk op 2 februari 2025 van toepassing. De Commissie legt op de pagina over AI-talent, vaardigheden en geletterdheid uit dat de Digital Omnibus die medio juli 2026 in werking trad artikel 4 heeft gewijzigd. Na die wijziging blijft AI-geletterdheid een verplichting voor aanbieders en deployers, maar wordt geen specifiek of ‘voldoende’ niveau voor individuen meer voorgeschreven.
De AI Office-FAQ AI Literacy - Questions & Answers bevestigt dat aanbieders en deployers maatregelen moeten nemen die rekening houden met kennis, ervaring, opleiding, de gebruikscontext en de personen op wie systemen worden toegepast. Diezelfde FAQ vermeldt expliciet dat de verplichting niet vereist dat u het kennisniveau van iedere werknemer meet en dat certificaten niet nodig zijn.
Gelden de transparantieverplichtingen van artikel 50 nog steeds en vanaf wanneer?
Ja. De Commissie beschrijft in Quick Facts: Transparency rules for AI systems dat artikel 50 transparantieregels invoert die vanaf 2 augustus 2026 gelden. Het gaat om verplichtingen rond:
- het informeren van personen wanneer zij met een AI-systeem interacteren;
- het markeren van AI-gegenereerde of gemanipuleerde content;
- deepfakes;
- bepaalde AI-gegenereerde tekst over aangelegenheden van algemeen belang.
Dezelfde pagina noemt een overgangsperiode tot december 2026 voor bepaalde markeringen van generatieve-AI-systemen die vóór 2 augustus 2026 op de markt zijn gebracht. Naar onze inschatting voorkomt die overgang dat de conclusie ‘alle transparantieplichten zijn direct volledig afdwingbaar’ klopt voor elk bestaand systeem; controleer daarom per systeem de marktdatum.
Welke data en rechtsgevolgen moet ik uit elkaar houden?
De verwarring rond ‘teruggedraaid’ ontstaat doordat drie momenten en drie rechtsgevolgen door elkaar lopen. Houd ze gescheiden:
- 2 februari 2025 — artikel 4 (AI-geletterdheid) werd van toepassing.
- 27 juli 2026 — de AI Omnibus trad in werking en schrapte het voorgeschreven minimumniveau voor AI-geletterdheid; de verplichting zelf bleef bestaan.
- 2 augustus 2026 — de transparantieverplichtingen van artikel 50 werden van toepassing, met een beperkte overgang tot december 2026 voor bepaalde markeringseisen van generatieve-AI-systemen die vóór 2 augustus 2026 op de markt zijn gebracht.
Onze redactionele lezing: de Omnibus heeft transparantie niet ingetrokken maar de naleving van AI-geletterdheid versoepeld en meer contextafhankelijk gemaakt. Meer context over de bredere set verplichtingen staat in de themahub over de EU AI Act en compliance.
Hoe onderbouw ik AI-geletterdheidsmaatregelen zonder voorgeschreven minimumniveau?
De bronnen geven de norm, maar niet de exacte documentatievorm. De AI Office-FAQ vermeldt wel dat interne registraties van trainingen of andere begeleidende initiatieven kunnen worden bijgehouden. Op basis daarvan is dit — als redactioneel advies, niet als bronfeit — een werkbaar controlepunt:
- Beschrijf per AI-systeem welke functies en betrokken personen ermee werken en welk risico daarbij hoort.
- Koppel aan dat risicoprofiel concrete maatregelen: instructie, begeleiding of training, afgestemd op kennis en gebruikscontext.
- Leg vast waaróm die maatregelen passend zijn, zodat u de keuze kunt uitleggen zonder te verwijzen naar een vastgesteld minimumniveau.
- Houd interne registraties van gegeven trainingen en begeleiding bij; een certificaat per medewerker is volgens de Commissie niet vereist.
Voor werk met gevoelige informatie helpt het om die onderbouwing te verbinden met aantoonbare controle op AI-gebruik door juristen inrichten en met een verificatielaag voor werk met gevoelige informatie.
Wat blijft gelden voor deployers van hoogrisico-AI?
De AI Office-FAQ maakt duidelijk dat de versoepeling van artikel 4 los staat van andere verplichtingen. Voor deployers van hoogrisico-AI blijft passende training voor menselijke oversight afzonderlijk gelden. Die eis verdwijnt dus niet door het schrappen van het minimumniveau voor algemene AI-geletterdheid.
Naar onze inschatting betekent dit dat organisaties met hoogrisicotoepassingen twee sporen naast elkaar moeten kunnen aantonen: passende, contextgebonden AI-geletterdheidsmaatregelen én specifieke voorbereiding op menselijk toezicht per hoogrisicobesluit. Hoe u dat toezicht vastlegt, werken we uit in het stuk over menselijke controle bij hoogrisicobesluiten aantonen en loggen.
De Commissie en lidstaten moeten volgens de pagina over AI-talent en geletterdheid ondersteuning en praktische voorbeelden bieden, en de AI Board moet aanbevelingen met gemeenschappelijke doelstellingen ontwikkelen. Tot die er zijn, ligt de bewijslast voor passendheid bij de organisatie zelf.
Bronnen en referenties
Bronnen: Het artikel steunt op officiële pagina's van de Europese Commissie over de AI Omnibus, de transparantieregels van artikel 50 en AI-geletterdheid onder artikel 4.