Het Braziliaanse verkiezingsgerecht TSE bepaalde op 1 september 2026 dat een deepfakeverbod pas geldt wanneer het materiaal als verkiezingspropaganda kwalificeert, beoordeeld op inhoud, taal, publiek en context. De vraag of iets synthetisch is, is dus niet voldoende: rechters moeten kwalificatie, boodschap en ontbrekende AI-labeling afzonderlijk toetsen.
Het Tribunal Superior Eleitoral (TSE) legde een juridische definitie van deepfake vast: synthetische of gemanipuleerde inhoud met voldoende realisme die de afbeelding, stem of uiting van een levende, overleden of fictieve persoon creëert, reproduceert of wijzigt. Even belangrijk is wat het gerecht daarnaast bepaalde: het verbod treft zulk materiaal alleen wanneer het kwalificeert als verkiezingspropaganda, en die kwalificatie hangt af van de boodschap, de taalgebruik, de geadresseerden en de context waarin het is verspreid.
Op 8 oktober 2026 paste het TSE die lijn toe. Het beval unaniem de verwijdering van drie berichten waarin AI was gebruikt. Een niet als AI-gemaakt aangeduide simulatie van president Lula schond volgens het gerecht de transparantieplicht van artikel 9-B van Resolutie 23.610/2019, die een uitdrukkelijke, duidelijke en toegankelijke identificatie vereist van politiek of verkiezingsmateriaal dat met AI is gemaakt of bewerkt. Opvallend: volgens het gerecht had het materiaal een karikaturale, fantasierijke uitstraling, maar dat ontsloeg de maker niet van de labelingsplicht.
Waarom bepaalt het TSE dat niet elke deepfake onder het verkiezingsverbod valt?
Omdat het verbod aan een juridische categorie hangt, niet aan een techniek. Het TSE scheidt drie vragen die niet mogen samenvallen: is het materiaal synthetisch of gemanipuleerd, valt de boodschap binnen de wettelijke categorie verkiezingspropaganda, en is de verplichte AI-identificatie nageleefd? Naar onze analyse volgt uit deze lijn dat pas wanneer materiaal verkiezingspropaganda is én de verplichte labeling ontbreekt, een sanctie zoals verwijdering volgt.
Dat onderscheid verschuift het zwaartepunt. Een detector die vaststelt dat een video synthetisch is, beantwoordt slechts de eerste vraag. De tweede en derde vraag zijn juridisch van aard en vragen om een beoordeling van inhoud, doelgroep en omstandigheden. Naar onze inschatting betekent dit dat de bewijslast verschuift van het aantonen dat iets nep is naar het aantonen wat het materiaal communiceert, aan wie, en of de maker aan de transparantie-eis voldeed.
Hoe gaan andere jurisdicties om met de betrouwbaarheid van mogelijk AI-gemaakt bewijs?
Onze analyse is dat de aangehaalde jurisdicties AI-gerelateerd bewijs grotendeels binnen bestaande bewijs- en proceskaders behandelen, aangevuld met expliciete waarschuwingen en verificatieverplichtingen. Een peer-reviewed studie in het Journal of Modern Science concludeert dat Poolse en EU-regels geen apart regime voor AI-gegenereerd bewijs kennen: zulk materiaal wordt toegelaten en gewogen onder vrije bewijswaardering, waarbij authenticatie onder meer via deskundigen kan verlopen. De studie wijst er nadrukkelijk op dat labeling onder de AI-verordening niet noodzakelijk wordt nageleefd door makers van vervalst materiaal, en dat het recht om bewijs effectief te betwisten een centrale waarborg blijft.
De Commonwealth Lawyers Association beschrijft hetzelfde risico vanuit twee kanten: deepfakes kunnen leiden tot valse aanvaarding van vervalst materiaal én tot valse verwerping van echt materiaal. De auteurs bepleiten gelaagde authenticatie via herkomst, integriteit, onafhankelijke corroboratie, forensisch onderzoek en daadwerkelijke betwistbaarheid, waarbij de rechter verantwoordelijk blijft voor toelating, gewicht en procedurele eerlijkheid. De Courts Service of Ireland vertaalde dit in practice directions voor de High Court en Court of Appeal, die op 1 september 2026 in werking traden: materiaal dat met generatieve AI is gemaakt of bewerkt moet binnen de toepasselijke gerechtelijke procedures onafhankelijk en onder menselijke controle worden geverifieerd, met bijzondere zorg voor de authenticiteit van processtukken, exhibits, beelden en opnamen. Niet-naleving kan leiden tot kostenbeslissingen, afwijzing van processtukken of disciplinaire verwijzing.
Een werkbare volgorde bij een deepfake-claim
- Scheid de vraag of het materiaal synthetisch is van de vraag wat het juridisch betekent.
- Bewaar het oorspronkelijke bestand, de metadata en de herkomstketen voordat iets wordt gedeeld of verwerkt.
- Vergelijk de inhoud met onafhankelijke bronnen in plaats van te vertrouwen op de visuele indruk.
- Leg vast of de verplichte AI-identificatie aanwezig was, los van de echtheidsvraag.
- Geef de wederpartij een reële kans om zowel het materiaal als de gebruikte authenticatiemethode te betwisten.
Wat betekent dit voor bestuurders, juristen, verkiezingsorganisaties en redacties?
Onze analyse: omdat het TSE het verbod koppelt aan kwalificatie als verkiezingspropaganda en niet aan de techniek, verliezen juristen en handhavers tijd wanneer zij hun zaak uitsluitend op een detectorresultaat bouwen; daarom moeten zij vanaf de eerste beoordeling inhoud, doelgroep en context afzonderlijk documenteren en het labelingsgebrek apart aantonen. Omdat een karikaturaal of fantasierijk beeld volgens het TSE niet vrijstelt van de transparantieplicht, lopen campagneteams en communicatieafdelingen die AI-materiaal zonder duidelijke identificatie publiceren risico op verwijdering ook zonder bedrieglijke opzet; daarom moet elke afdeling nu een vaste labelingsregel en een eindcontrole vóór publicatie inrichten. Omdat de aangehaalde Poolse en EU-analyse AI-bewijs onder algemene regels van bewijswaardering plaatst en het belang van herkomst en betwistbaarheid benadrukt, moeten advocaten bij gevoelig beeld- en opnamemateriaal standaard bron, integriteit en chain of custody vastleggen om de beoordeling van authenticiteit en betrouwbaarheid controleerbaar te maken. Omdat de Ierse richtlijn niet-naleving kan verbinden aan kosten- en andere procesgevolgen binnen procedures waarop zij van toepassing is, doen beslissers er verstandig aan hun interne protocol voor onafhankelijke verificatie van AI-materiaal te actualiseren in plaats van te wachten op een nationaal equivalent. Zie voor de bredere lijn ons themahub over AI-governance en besluitvorming.
Dit sluit aan bij eerdere ontwikkelingen waarin rechters AI-materiaal niet op het eerste gezicht aanvaardden, zoals een zaak over een AI-video van een slachtoffer in een rechtszaak, en de groeiende verificatieplicht voor AI-citaten bij de ondertekenende advocaat. Belangrijk is wat labeling wél en niet doet: een label maakt herkomst zichtbaar maar bewijst geen echtheid, net zoals een AI-watermerk een zwak herkomstsignaal blijft. De TSE-lijn geldt bovendien binnen het Braziliaanse verkiezingsrecht en is niet wereldwijd bindend; de waarde ervan is dat zij laat zien hoe een hooggerechtshof een abstracte norm vertaalt naar kwalificatie, boodschap en labeling, elk afzonderlijk getoetst.
Bronnen en referenties
- TSE fixa tese sobre deepfake e delimita regra para as Eleições 2026
- TSE manda retirar do ar vídeos com uso de inteligência artificial publicados por Flávio Bolsonaro
- Authenticity and reliability of evidence in judicial proceedings in the era of generative artificial intelligence: a Polish and European Union perspective
- Deepfakes and Epistemic Authority in Adjudication: Who May Certify Reality?
- New Practice Directions on the Responsible Use of Generative Artificial Intelligence in Court Documents
Bronnen: Het artikel steunt op twee beslissingen van het Braziliaanse Tribunal Superior Eleitoral, een studie in het Journal of Modern Science, een analyse van de Commonwealth Lawyers Association en een praktijkrichtlijn van de Courts Service of Ireland.